Verkoop om woningen sociaal te houden

We bieden ons vastgoed - waaronder 10.000 woningen - aan lokale woningcorporaties aan in Barendrecht, Bergeijk, Brielle, Pijnacker-Nootdorp, Westland en Zuidplas. De verkoop biedt oplossingen voor de volkshuisvestelijke druk in deze gemeenten en levert een belangrijke bijdrage aan ons financieel herstel. Parallel aan dit verkooptraject onderzoekt de bestuurlijk regisseur, Hamit Karakus, oplossingen voor de volkshuisvestelijke opgaven in de zes gemeenten. De conclusie van zijn onderzoek onderschrijft onze bestaande strategie om te verkopen aan lokale corporaties.

Volkshuisvestelijke opgaven

Door de grote rentelast van onze leningenportefeuille kunnen we niet genoeg bijdragen aan het behouden en nieuw bouwen van sociale huurwoningen in de betreffende gemeenten. Samen met de gemeenten en de daar actieve woningcorporaties concludeerden we aan andere lokale corporaties te moeten verkopen, omdat naar verwachting dan meer woningen voor de sociale sector worden behouden.

Financieel herstel

Sinds 2015 verkochten we niet meer op grote schaal, omdat aflossen van leningen door de lage rente te duur was. De marktwaarde van het vastgoed is nu zo gestegen dat dit wel bijdraagt aan ons financieel herstel. Eind april 2019 hief de saneerder, het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), de verkoopstop voor complexmatige verkoop op. De verkoop moet plaatsvinden tegen minimaal de marktwaarde in verhuurde staat.

Overname vastgoed inclusief leningen

Sinds de verkoopstop in 2015 onderzoeken we al opties om ons bezit, ondanks de lage rente, toch aan lokaal actieve corporaties te kunnen overdragen. Bijvoorbeeld door ons vastgoed én (een deel van) de leningen te laten overnemen. Deze constructie blijft mogelijk en heeft onze voorkeur, omdat het meer bijdraagt aan ons financieel herstel.

Onderzoek Hamit Karakus

Parallel aan ons verkooptraject onderzoekt Hamit Karakus, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken, oplossingen voor de volkshuisvestelijke opgaven in de zes gemeenten. Met woningcorporaties en gemeenten verkende hij onder andere opties als nieuwbouw, minder liberalisatie of verkoop van Vestia vastgoed aan marktpartijen en/of corporaties. Op 9 juli 2019 bracht hij zijn onderzoeksrapport uit. Zijn conclusie onderschrijft de weg die wij al eerder zijn ingeslagen: overname van het Vestia-bezit door (een) andere lokale woningcorporatie(s) lijkt de meest passende oplossingsrichting voor de volkshuisvestelijke problematiek die dreigt te ontstaan in Barendrecht, Bergeijk, Brielle, Pijnacker-Nootdorp, Westland en Zuidplas.

Rolverdeling Karakus en Vestia

Wij hebben de verantwoordelijkheid en regie over het verkoopproces. Dit betekent dat wij de onderhandelingen voeren met de corporaties. Als voorwaarde vragen we minimaal de marktwaarde in verhuurde staat. Karakus organiseert gesprekken met bestuurders van gemeenten, geïnteresseerde corporaties en Vestia om het verkoopproces af te stemmen. Ook blijft Karakus betrokken bij afspraken over zaken als welke corporaties welk bezit overnemen, en welk deel hiervan sociaal blijft of wordt. Ook zet hij zich in voor het wegnemen van (financiële) regels die de verkoop in de weg staan.

Antwoorden op veelgestelde vragen

Verkocht Vestia de afgelopen jaren op grote schaal woningen?
Nee, sinds 2015 verkochten we alleen nog op kleine schaal individuele woningen aan zittende huurders. Meer verkopen kon niet, omdat leningen aflossen te duur was door de lage rente. Door de gestegen vastgoedwaarde is het nu wel mogelijk grotere aantallen woningen en complexen te verkopen. We verkopen alléén aan lokaal actieve corporaties, omdat zij in staat zijn de sociale woningen te behouden.

Neemt het aantal sociale huurwoningen af door het beleid van Vestia?
Ja, in 2017 is in de betreffende zes gemeenten 35% aangewezen voor de vrije sector. Een deel hiervan werd al in de vrije sector verhuurd en een deel nog in de sociale sector. Van dit laatste deel gaan de woningen bij de komst van een nieuwe huurder naar de vrije sector. De woningen worden dan verhuurd voor een hoger bedrag en niet meer als sociale huurwoning aangemerkt. Dit gebeurt circa 8 keer per maand in de zes gemeenten opgeteld. Deze woningen blijven dus van Vestia.

Meer informatie