Buurteconomie 

In een ideale buurt wordt niet alleen gewoond maar is ook levendigheid aanwezig, bijvoorbeeld in de vorm van bedrijvigheid. Tot in de jaren zeventig was het heel gebruikelijk dat er volop bedrijvigheid in de wijken te vinden was. Ambachtelijk werk en kleinschalige productie vond plaats tussen de woningen en winkels in. Door een proces van schaalvergroting zijn dit soort activiteiten steeds meer verplaatst naar de rand van de stad op aparte bedrijfsterreinen. Dit uitplaatsingsproces werd door de overheid en de corporaties ook gestimuleerd, omdat de bedrijvigheid vaak stank, geluidsoverlast en andere milieuproblemen met zich meebracht.

Wonen en werken gescheiden
De keerzijde van dit proces is wel dat er veel monotonere woonwijken zijn ontstaan. In de oude wijken is veel bedrijvigheid verdwenen en in de recente nieuwbouwwijken zijn wonen en werken veelal gescheiden gehouden. Het gevolg hiervan is dat veel wijken aan levendigheid hebben ingeboet ('slaapsteden'), waardoor er minder sociale controle in de wijken is en minder contact tussen werkenden en jongeren. De werkende bevolking vertrekt 's ochtends met de auto naar elders (met als bijeffecten een groter verkeersprobleem en weinig dubbel gebruik van parkeerruimte). In bijvoorbeeld de Afrikaanderwijk in Rotterdam-Zuid zijn op een beroepsbevolking van 6.500 personen nog maar 850 arbeidsplaatsen in de wijk aanwezig. De broedplaatsfunctie van de stad heeft aan betekenis verloren, en wie niet thuis opgroeit met een arbeidzame cultuur komt daar in z'n directe omgeving ook nauwelijks nog mee in aanraking.

Broedplaats voor startende ondernemers ontbreekt
Ondertussen is de aard van de werkgelegenheid tegenwoordig lang niet altijd meer zo vervuilend en overlastgevend als voorheen. De nadruk is verschoven van industriële werkzaamheden naar diensten en geautomatiseerde processen. Dit soort werk kan vaak prima in woonwijken plaatsvinden zonder dat dit direct tot overlast voor de omgeving zorgt. Fysiek is de wijk echter veel minder toegerust op bedrijvigheid dan dertig jaar geleden. In de stadsvernieuwing zijn veel bedrijfsruimten verdwenen en het ontbreekt nu veelal aan goedkope, kleinschalige ruimten die als broedplaats voor startende ondernemers kunnen dienen. Het bedrijfsonroerend goed (BOG) dat wel beschikbaar is is vaak te duur, te weinig flexibel en te groot voor een jonge starter.

Buurteconomie versterken
Vestia zoekt actief naar mogelijkheden om de buurteconomie weer te versterken. Soms doen zich daarvoor bijzondere kansen voor. Het oude PTT-Telecomhoofdkantoor aan de Haagse Binckhorstlaan 36 is daar een goed voorbeeld daarvan. Na het vertrek van KPN is dit pand door Vestia gekocht en omgedoopt tot 'Bink36'. Door gericht in te zetten op het faciliteren van creatieve, ambachtelijke beroepen voor jonge startende ondernemers, in combinatie met culturele activiteiten en festiviteiten, is het pand in korte tijd veranderd van een achteraf liggende kantoorkolos tot een bruisende 'place to be'. Ook participeert Vestia als partner in de Creative Factory, gevestigd in een oude graansilo op Rotterdam-Zuid, waar tal van creatieve multimediabedrijfjes zijn gestart.

Samenwerken met lokale ondernemers
Naast dit soort grote panden heeft Vestia vele honderden kleine winkel- en bedrijfspanden in beheer, vaak in de plint van een woongebouw. Het ondernemerschap bloeit hier niet altijd even hard; de kleine slagers en groenteboertjes verliezen vaak de concurrentie met de supermarkten en maken plaats voor opslag, belbedrijven of leegstand. Vestia probeert samen met ondernemers de lokale buurteconomie weer vitaal te krijgen. Rond de Afrikaandermarkt vindt er bijvoorbeeld veel overleg plaats met de marktkooplieden en wordt via gerichte branchering van de hoofdstraten geprobeerd een aantrekkelijker middenstandsmilieu te creëren.

Meer informatie over het Programma Buurteconomie, jeugd en leefstijlen

Ronald Camstra

Programmamanager Buurteconomie, jeugd en leefstijlen

Bel: (010) 270 57 82

Stuur een e-mail

* Deze velden zijn verplicht
Feedback Form