Leefbaarheid valt niet bij wet te regelen
Rotterdamwet is overbodig en stigmatiserend
Huurders hebben recht op een goed woon- en leefklimaat. In sommige wijken staat de leefbaarheid onder druk door een opeenstapeling van problemen. Goedwillende huurders vertrekken en nieuwe huurders worden afgeschrikt door het negatieve imago. Vestia heeft ervaring om in zulke situaties het tij te keren en het woon- en leefklimaat blijvend te verbeteren. Een bekend voorbeeld is De Peperklip in Rotterdam (550 woningen). Dit gebouw heeft jarenlang een slechte reputatie gehad. Met een intensief en doelgericht beleid zijn we erin geslaagd de leefsituatie te normaliseren. De Peperklip is inmiddels behoorlijk populair bij de nieuwe doelgroepen voor dit gebouw.
Wijken op slot voor lage inkomens
Als de leefbaarheid op het spel staat, moeten ter plekke gepaste maatregelen worden genomen. Het vraagt om maatwerk afgestemd op de locale problematiek. Landelijke wetgeving is overbodig en werkt bovendien contraproductief. Op 1 januari 2006 trad de Wet Bijzondere Maatregelen Grootstedelijke Problematiek in werking, ook wel Rotterdamwet genoemd. Gemeenten kunnen met deze wet een inkomenseis stellen aan nieuwkomers in een wijk. Feitelijk is het een instrument om huishoudens met een uitkering te weren.
Rotterdam past de wet vanaf 1 juli 2006 toe in vier wijken en een aantal straten (hotspots). Het gaat om circa 20.000 huurwoningen. Verhuurders zijn verplicht om nog alleen huurders toe te laten met een inkomen uit werk, pensioen of studiefinanciering. De bepaling geldt niet voor Rotterdammers die al zes jaar in de stad wonen.
Grof geschut mist zijn doel
Vestia heeft zich altijd om principiële en praktische redenen verzet tegen de Rotterdamwet. Wij zijn een sociale verhuurder met als primaire taak huishoudens met lage inkomens goede en betaalbare huisvesting te bieden. Al onze goedkope huurwoningen staan in beginsel voor hen open.
Een categorie huishoudens de toegang ontzeggen, wekt ten onrechte de suggestie dat zij per definitie probleemveroorzakers zijn. Gedrag is niet afhankelijk van inkomen. Mensen met lage inkomens zijn in overgrote meerderheid fatsoenlijke huurders, terwijl huurders met een baan soms een onacceptabele woonstijl hebben. Inkomen is geen garantie voor goed gedrag. Deze maatregelen versterken nog eens het negatieve imago van Rotterdam als stad met probleemwijken.
Een algemeen geldende maatregel werkt niet. De oorzaak en aard van de problemen verschilt per situatie en dat geldt daarmee ook voor de noodzakelijke maatregelen. De Rotterdamwet brengt grof geschut in stelling, maar mist zijn doel.
Hoe dan wel?
De ervaring leert dat voor een succesvolle aanpak een brede inzet van veel partijen nodig is. Zowel de sociale als fysieke leefomgeving moeten worden aangepakt. Gemeente, corporaties, politie, welzijn, onderwijs en bewoners dienen intensief samen te werken. Als ze elkaars inzet aanvullen, kan de negatieve spiraal blijvend worden omgebogen.
Woonruimteverdeling is een onderdeel van het totale pakket aan maatregelen. Bestaande afspraken en regels bieden voldoende ruimte om hierin te sturen. Zo hebben de corporaties en gemeenten in Haaglanden en Rijnmond afspraken gemaakt over lokaal maatwerk. Dit biedt de mogelijkheid extra criteria te hanteren bij de woningtoewijzing voor specifieke wooncomplexen.
Feitelijk is de Rotterdamwet ook helemaal niet nodig, omdat de gemeente met de reguliere huisvestingsvergunning al de bevoegdheid heeft om inkomenseisen te stellen bij woningtoewijzing. Voordeel van deze weg is echter wel dat het op maat gesneden maatregelen kunnen zijn.
Geen wetten maar daden
Als op basis van maatwerk een groep huishoudens tijdelijk uit een bepaalde buurt wordt geweerd, dan moet deze groep in andere gebieden extra kansen krijgen. Hier ligt een opdracht voor de hele regio. De volkshuisvesting in grootstedelijke gebieden is een regionale verantwoordelijkheid.
Vestia maakt met gemeenten en collega-corporaties afspraken over verbetering van de leefbaarheid in wijken. Woonruimteverdeling kan daarbij een instrument zijn, maar het gaat vooral om investeringen in herstructurering, openbare ruimte, welzijn, de aanstelling van buurtconciërges en extra inzet van politie, jeugdzorg, onderwijs en andere partijen. Wijkverbetering gebeurt aan de basis. Bewoners hebben meer heil te verwachten van een onorthodoxe Rotterdamse aanpak op de werkvloer dan van een Rotterdamwet uit Den Haag. Geen wetten maar daden.